
Antistolling
1 punt
Thema: Kwaliteit & veiligheid
Branche: Ziekenhuizen
Doelgroepen: Verpleegkundige hbo, Verpleegkundige mbo
Niveaus: 4, 6
Bibliotheken: Fundamentals, Expert
Bij welke indicatie moet je welk antistollingsmiddel toedienen? Hoe schat je het bloedingsrisico van een complicatie in? En welke handelingen moet je dan uitvoeren? Antistollingsmedicatie is een van de middelen die vaker leidt tot medicatie-gerelateerde incidenten. Het is belangrijk dat de kennis over deze aandoening wordt vergroot. Zorg dat je op de hoogte bent van de meest recente inzichten en toepassingen.
In de online cursus wordt uitgebreid ingegaan op belangrijke aspecten van antistolling. Na het afronden van de e-learning Antistolling heb je voldoende kennis om adequaat zorg te verlenen aan een patiënt die antistollingsmedicatie nodig heeft. Je hebt, onder andere, kennis over medicatie die werkt op de primaire en secundaire hemostase.
Je bepaalt je eigen leerpad binnen de cursus en kiest de onderdelen die voor jou relevant zijn.
Waarom dit leerpad?
In meer dan vijftig procent van alle medicatie-gerelateerde incidenten is antistollingsmedicatie, samen met anti-infectiva en middelen die worden gebruikt bij maligniteiten, betrokken. In het verleden is gebleken dat zorgprofessionals niet altijd voldoende kennis hadden om de juiste beslissingen te nemen als het om de zorg en het gebruik van deze middelen gaat. Daarom is het belangrijk dat de kennis over antistolling wordt vergroot. Zorg dat je als verpleegkundige op de hoogte bent van de meest recente inzichten en toepassingen.
Inhoud leerpad antistolling
Het leerpad bestaat uit diverse onderwerpen, de zogenaamde leerobjecten. De leerobjecten samen vormen een leerpad. Tekst wordt afgewisseld met filmpjes en plaatjes. Door de diagnostische toets te doen, kun je je leerbehoefte bepalen en kiezen welke onderdelen noodzakelijk en relevant voor jou zijn. Je geeft dus zelf vorm aan je eigen leerpad.
In het leerpad Antistolling komen de volgende onderwerpen aan de orde:
• Theorie over antistolling met onder andere medicatie die werkt op de primaire hemostase: Trombocytenaggregatieremmers.
• Medicatie die werkt op de secundaire hemostase: Vitamine K-antagonisten, directe orale anticoagulantia, heparinegroep.
• Risico’s.
• Theorievideo met extra uitleg over het stollingsproces.
Praktijk en vragen
In deze e-learning komen verschillende praktijksituaties aan de orde. Met casuïstiek en open vragen word je uitgedaagd om de verworven kennis toe te passen. Het leerpad bevat tevens een onderdeel met verdiepende stof.
Eindtoets
Om het leerpad af te ronden en accreditatiepunten te krijgen, maak je een eindtoets.
Als je de e-learning hebt afgerond
Heb je de online cursus Antistolling helemaal doorlopen? Dan heb je de volgende vaardigheden opgedaan:
• Je weet wat de hoofdgroepen van antistollingsmiddelen zijn.
• Je weet per hoofdgroep bij welke indicaties de antistollingsmiddelen worden toegediend.
• Je weet wanneer welke handelingen uitgevoerd moeten worden bij een patiënt met antistollingsmedicatie.
• Je kunt het (bloedings-)risico van een complicatie inschatten en bepalen welke handelingen uitgevoerd dienen te worden.
Bronvermelding
Floren maakt gebruik van landelijke- en EBP-richtlijnen. In de Introductie van het leerobject staan alle gebruikte bronnen behorende bij het leerpad.